Wie draagt de schuld?

 

De parlementaire enquête over de kinderopvangtoeslag: wie draagt de verantwoordelijkheid?

Gepubliceerd op 24 november 2020

In 1996 was ik net twee jaar lid van de gemeenteraad en werd geïnterviewd door het blad voor staten- en raadsleden. Een van de uitspraken die mij destijds werd toegeschreven luidde:

"Volgens Mazer hebben ambtenaren de grootste invloed op het beleid. Ambtenaren zetten de lijnen uit, wethouders proberen het beleid uit te voeren en de gemeenteraad probeert het geheel te doorgronden. Dat gebeurt zo slim, dat je als raadslid toch het gevoel hebt dat jij uiteindelijk de beslissingen neemt."

Die uitspraak leverde mij destijds behoorlijk wat kritiek op.

Maar als we nu terugkijken naar de parlementaire enquête over de kinderopvangtoeslag, is die vraag misschien actueler dan ooit. Hebben we niet gezien dat bewindspersonen soms bewust onvolledig worden geïnformeerd? Dat essentiële informatie wordt achtergehouden, terwijl tegelijkertijd documenten of berichten naar de pers lekken?

De vraag is waarom dat gebeurt. Is het bedoeld om een minister of staatssecretaris in een kwaad daglicht te stellen? Of is het een uiting van wroeging bij ambtenaren die zich realiseren dat er fouten zijn gemaakt? Feit is dat veel topambtenaren jarenlang op hetzelfde departement blijven werken, terwijl bewindspersonen komen en gaan.

Wanneer een onderneming wordt overgenomen, vindt vooraf een uitgebreid due diligence-onderzoek plaats. Alle cijfers, dossiers en risico's worden onderzocht, zodat de nieuwe eigenaar precies weet wat hij overneemt.

In de politiek werkt dat heel anders. Een nieuwe minister of staatssecretaris neemt een portefeuille over en is vanaf dat moment verantwoordelijk voor alles wat zijn of haar voorgangers hebben achtergelaten. Eventuele fouten uit het verleden komen uiteindelijk voor rekening van de nieuwe bewindspersoon. Hoeveel ministers en staatssecretarissen zijn inmiddels niet over precies dezelfde dossiers gestruikeld?

In de Verenigde Staten kiest een nieuwe president grotendeels zijn eigen politieke en bestuurlijke team. In Nederland blijft de ambtelijke top doorgaans zitten. Wanneer een minister het vertrouwen van de Kamer verliest, vertrekt de bewindspersoon, maar de hoogste ambtenaren blijven vaak op hun plaats. De opvolger moet vervolgens met dezelfde organisatie verder en draagt opnieuw de politieke verantwoordelijkheid.

Misschien is het tijd om ook de rol van de hoogste ambtenaren kritischer te beoordelen. Dat betekent niet dat iedere fout automatisch tot ontslag moet leiden, maar wel dat verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij ministers en staatssecretarissen hoort te liggen.

Wanneer aantoonbaar sprake is van ernstig tekortschieten, misleiding of het bewust achterhouden van informatie, zou ook de ambtelijke top daarop aanspreekbaar moeten zijn. Het kan niet zo zijn dat politieke bestuurders vertrekken, terwijl degenen die jarenlang verantwoordelijk waren voor de uitvoering of informatievoorziening zonder gevolgen elders binnen de overheid een nieuwe functie krijgen.

Een evenwichtiger verdeling van verantwoordelijkheden zou niet alleen rechtvaardiger zijn, maar kan er ook voor zorgen dat het ambt van minister of staatssecretaris aantrekkelijk blijft voor ervaren bestuurders uit de samenleving en het bedrijfsleven. Politieke verantwoordelijkheid is essentieel in een democratie, maar die verantwoordelijkheid zou hand in hand moeten gaan met bestuurlijke verantwoordelijkheid.


Sinterklaas, Kerstman en Paashaas, feesten vol uitbuiting

De gemoederen in Nederland lopen hoog op. Normaal gebeurt dat tijdens hete zomers, wanneer de hersens overmatig verwarmd zijn en alcohol d...